I. Voorwoord
Handboek Veiligheidszorg Erfgoedbeheerders

Dit handboek is niet alleen bedoeld voor musea, maar voor alle erfgoedbeheerders met een publieksopdracht, dus ook voor bibliotheken, archieven en kerken met een collectie van cultuurhistorisch belang. Na ruim 20 jaar werkzaamheid in musea, verzamelbibliotheken en archieven is het moment geschikt de opgedane kennis te delen met ‘de nieuwe generatie’veiligheidszorgprofessionals.
De middelbare en hogere berooepsopleidingen bieden scholing op het terrein van veiligheidszorg: beveiliging en veiligheid, Er is echter geen opleiding beschikbaar die specifiek op veiligheidszorg in de erfgoedsector is gericht. Er zijn wel enkele publicaties over dit onderwerp beschikbaar. Dat zijn voornamelijk engelstalige publicaties.
Samen met het digitale programma MUSAVE (MUseum Standaard Audit VEiligheidszorg) publiceerde de toenmalige Nederlandse Museumvereniging (NMV) onder de directie van Manus Brinkman en later Annemarie Vels-Heijn het Handboek Veiligheidszorg voor Musea. Hoewel zowel MUSAVE als het Handboek inmiddels uitverkocht zijn is het onduidelijk in hoeverre de systematiek uit MUSAVE en het Handboek in de museumwereld is toegepast. MUSAVE was voornamelijk gericht op de organisatorische kant van de veiligheidszorg. Daar was een reden voor.
Na de geruchtmakende inbraken in enkele Nederlandse musea eind jaren tachtig, begin jaren negentig van de vorige eeuw werd in opdracht van het Ministerie van Justitie een onderzoek verricht naar de veiligheidszorg in de Nederlandse musea (1992).
Een van de conclusies uit dat onderzoek was dat de musea over het algemeen goed voorzien waren van hardware – hierbij werden hoofdzakelijk elektronische signaleringssystemen bedoeld – maar dat de organisatie daarbij ver achter bleef. Vandaar dat de NMV Commissie Veiligheidszorg, onder voorzitterschap van Rik van Koetsveld, zich voornamelijk richtte op de organisatorische kant van de veiligheidszorg. MUSAVE werd door de Werkgroep Veiligheidszorg samengesteld.
Nadat op brute wijze werd ingebroken in het Frans Halsmuseum, het Museon en het Van Goghmuseum werd het duidelijk dat de te eenzijdige aandacht voor de organisatie van de beveiliging ten koste ging van aandacht voor de inbraakwerendheid van de museumgebouwen. Professionele veiligheidszorg dient organisatorische, bouwkundige en elektronische aspecten te integreren. Het Handboek Veiligheidszorg Erfgoedbeheerders is daarom in grote lijnen op die drie pijlers gebouwd.
Zal het ooit helemaal voltooid zijn? Waarschijnlijk niet. De ontwikkelingen moeten blijvend gevolgd worden, ook na 2008. Wat dat betreft biedt een publikatie op het Internet grote voordelen ten opzichte van een gedrukte versie. Die laatste is bij publikatie vaak op onderdelen alweer achterhaald. Een digitale publikatie biedt niet alleen de mogelijkheid de tekst voortdurend actueel te houden, maar ook een optimale mogelijkheid te zoeken in de tekst. Bovendien kan de digitale publikatie waar gewenst gelardeerd worden met beeld- en geluidsfragmenten.
Ik hoop dat dit Handboek uiteindelijk de publikatie zal worden waarover ik graag zou hebben beschikt toen ik in 1987 mijn werk als Hoofd Bewaking, Beveiliging en Veiligheid van het Rijksmuseum begon.